Canada 2006

 
   
 
Alle foto's...
 
Alle foto's...
 
Alle foto's...
 
Alle foto's...
 
Alle foto's...
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Donderdag: 17.30 uur zetten we voet op Canadese bodem. We gaan op zoek naar de `Airporter`, de bus die ons om 19.30 uur aflevert bij `t hotel. In `t vliegtuig hebben we de klok 9 uur teruggedraaid, bovendien hebben we niet geslapen. Onze biologische klok staat dus nog op 04.30 uur; we liggen om 21.00 uur in ons king-size bed, ergens in het Sandman-hotel, downtown Vancouver.

Vrijdag: Om 05.00 uur klaarwakker en koffie gezet. Op deTV de voorbereidingen voor de lancering van de space-huttle gevolgd. Ontbijt om 07.00, meteen maar `n Canadees ontbijt (zodat Gerda eraan kan wennen): dikke boterhammen met veel vlees en sla, maar ook friet en gebakken aardappelen. Was niet helemaal de bedoeling, maar alla. Om 10.00 uur worden we opgehaald voor de city tour, zodat vooral Gerda kan kennismaken met Stanley Park, de uitkijktoren bovenop het Harbour Centre, China- en Gas town en tenslotte Granville Island met de groenten-, fruit- en vismarkt.

Zaterdag: Zo`n ontbijt hoeven we niet nog `n keer, dus halen we bij de `7-Eleven` gewoon belegde broodjes, met koffie. `t Regent een beetje. We wandelen naar China town en brengen daar een bezoek aan de Chinese tuin, inmiddels is `t droog. Aan de hoofdstraat wemelt `t van de kraampjes, waarin de meest exotische koopwaar wordt aangeboden. Wij bedanken voor de eer en wandelen naar Gas-town, met z`n beroemde stoomklok. We eten daar in de Spaghetti-Factory.

Zondag: Na het ontbijt staat een wandeling rond Stanley Park op het programma. Korte-broekenweer: stralend zonnetje. Heerlijk weerzien, ik was hier al eerder.

Maandag: We worden naar Fraserway gebracht om de camper op te halen. Goeiendag! Daar staan er `n paar! `n Heel vriendelijke, nederlands sprekende mevrouw maakt de paperassen in orde en geeft ons tekst en uitleg bij de verrassend ruime camper. Deze mevrouw vertelt ons ook over de bosbranden, die vanuit Amerika zijn overgeslagen naar Manning Park; reden voor ons om de geplande route andersom te rijden.
Na een laatste kop koffie en `n gratis hot dog stappen we in en rijden de stad uit. Het rijden in zo`n gevaarte valt mee. Deze dag rijden we tot Hope, zo`n 150 km verder.

Dinsdag (Chase 356 km):
Qua kilometers de top-dag, we willen opschieten, richting Rockies. Achteraf leren we, dat er verschillende Rockies zijn: het ShuSwap Highland, de Columbia Mountains, de Kootenay Rockies, allemaal Rockies. Voorlopig overnachten we op camping Ponderosa en eten we in cowboydorp Chase.

Woensdag (Salmon Arm 80 km):
Op de Hidden Valley Campground vinden we onderdak voor 2 nachten. Gerda verrast me met de opmerking:`Eigenlijk is dit best ideaal: je hebt alles bij je, als je honger hebt dan stop je gewoon langs de weg en je smeert je boterham en je zet gewoon je eigen koffie`. Ik kan dat alleen maar beamen.
's Middags regent `t, maar toch besluiten we, aan Lake ShuSwap eens rond te kijken en door het vogelreservaat te wandelen.

Donderdag: omdat het nog steeds slecht weer is, slenteren we door het centrum van Salmon Arm. We bekijken de plaatselijke malls en eten pizza bij Boston Pizza.

Vrijdag (Revelstoke 130 km):
Volgens de campinggids is de Williamson Lake campground de enige beschikbare camping, dus is de keus niet moeilijk. Inderdaad: `n ruime camping aan 'n meertje, in de zon. Weer besluiten we, 2 dagen te blijven, Revelstoke lijkt ons die moeite waard.
In de stad drinken we eerst koffie, met `n uitbundig stuk chocoladetaart. Avondeten: rijst met bison-hachee.

Zaterdag: Vanwege de regen bezoeken we de Revelstoke stuwdam. Allengs klaart het op en bekijken we de lokale kunstmarkt. Hoewel we in de camper (bijna) alles kunnen koken, maken we er ons met mashed potatoes met 2 worstjes vanaf.

Zondag (Golden 247 km):
Het weer is opgeklaard, dus rijden we in de ochtend via de `Meadows in the Sky Parkway` Mount Revelstoke op. Op de top kan je prachtige rondwandelingen maken; hebben we gedaan. Daar maken we ook voor `t eerst kennis met het verschijnsel `spiegelende bergmeren`.
Via Rogers Pass vervolgen we onze weg naar Golden. Onderweg was indrukwekkend. Jose gebeld. Gegeten bij de Griek. Helaas was Susan, de dochter van Larry, niet thuis.

Maandag (Lake Louise 131 km).
Grote camping, practisch in de `stad`. Na een bezoek aan de Visitor Info hebben we de Bow River Loop gewandeld, die uitkwam op de camping. Weer mashed potatoes met 3 worstjes.

Dinsdag: Heerlijke dag: droog met 'n zonnetje. Wandeling Lake Louise naar 't Theahouse. Prachtige bergwandeling van 5 uur. Onderweg genoten van de schitterende uitzichten.

Woensdag (Kimberly 270 km):
Beetje grijs weer, maar gelukkig brengt Truus-Truus ons weer netjes waar we zijn moeten. Camping, 6 km buiten de stad, is als nieuw: schone douches en plaats genoeg. Wasje gedraaid, we kunnen er weer tegen.

Donderdag: Voor de middag in een lekker zonnetje naar de Marysville Falls gewandeld. Na de middag betrok de lucht, we zijn naar Ford Steele gereden. Vergelijk `t maar met Ald Merselse Dag, maar dan in cowboy-stijl: je stapt zo een dorp binnen uit begin 1900. Houten huizen, houten trottoirs, sherrif`s office, de hoefsmid, het was er allemaal. Best grappig, de mensen lopen er ook rond in de kleding uit die tijd. Gelukkig hielden we het droog, behalve onderweg. Bij chef Bernhard zijn we maar `s lekker uit gaan eten.

Vrijdag (Castlegar 262 km):
Kilometerslang rijden we door een brede vallei. Aan de linkerkant wordt die begrensd door `n keten van bergtoppen, waarvan vele schitteren in de zon door de sneeuw. Geweldig, wat `n wolkenluchten weer. De zon schijnt, als we Cranbrook binnenrijden; we willen even gaan `stadten`. Dat valt echter tegen, het stelt niks voor. In `n internet-cafe, bij `n lekkere kop koffie, sturen we even `n mailtje naar de thuisblijvers. Stom toevallig belt Chris net op dat moment, om me even bij te praten over de situatie bij NLW. Ook Marly heb ik even aan de lijn voor `n laatste update. Gisteravond hebben we besloten, 2 dagen in Penticton te blijven; vandaag dus `n flink eind die kant op. We vertrekken na `t middaguur weer uit Cranbrook en na `n mooie rit overnachten we in Castlegar, zo`n 260 km verderop.

Zaterdag (Penticton 274 km):
We vertrekken op tijd en de zon schijnt nog steeds als we in Osoyoos stoppen voor de middagboterham. Onderweg passeren we weer `n bergpas op 1600 meter hoogte, waarna de weg in een kilometerslange afdaling omlaagkronkelt. Goed voor de remblokken. Ook het landschap hebben we zien veranderen: het werd meer glooiend, minder steil en brede valleien. Fenomenaal, het uitzicht op Osoyoos en het meer, als je vanuit de bergen afdaalt naar de stad. Al gauw wordt ons duidelijk, dat dit de streek van fruit en wijn is; de weg van Osoyoos naar Penticton, zo`n 40 kilometer, is `n aaneenschakeling van boomgaarden, fruitstalletjes en wijngaarden.
In Penticton vinden we `n RV-park aan de rand van de stad, vlakbij Skaha Lake. Het weer wordt nog mooier, de komende dagen en Penticton is volgens Gerda`s boekje best de moeite waard, dus we blijven hier tot dinsdag. Kan ze eindelijk `s stadten. In de namiddag wandelen we door `t park langs `t strand en na het avondeten lopen we nog even de stad in. Gerda verbaast zich over de grootte van winkels als Wal-Mart en over de vele mensen met duidelijk overgewicht. `Geen wonder, alles wordt hier in kilo-verpakkingen verkocht. Dan krijg je dat`.
We zijn nu dikke 2 weken onderweg en we hebben `t allebei prima naar de zin. We missen alleen `n Nederlandse krant; die gaan we morgen zoeken.

Zondag: Dit is het land van de dikke auto`s en de witte gymschoenen! Dat hebben we intussen wel gezien. En van de golfbanen. Om de haverklap komen we ze tegen: dorpen van niks, maar wel `n golfbaan. Na het ontbijt zijn we nog even door `t park gewandeld en hebben we wat foto`s gemaakt. We hebben koffie gedronken in de mall en hebben de auto vlakbij het strand van Okanagan Lake geparkeerd. De japanse tuin bekeken, gezelllig gepicknickt aan `t strand en langs `t water en door de stad gebanjerd.
In de namiddag zijn we Munson Mountain opgereden en hebben we in de stralende zon genoten van het uitzicht over het meer en de stad. `s Avonds zijn we uit gaan eten, na `n fikse wandeling. We hebben de kilometers weer in de benen; morgen gaan we naar Manning Park. Volgens de verstrekte informatie zijn daar de branden geblust en is het park weer toegankelijk.

Maandag (Manning Park, 252 km):
En wat ruiken en zien we, als we Manning Park binnenrijden? Juist, 'n bosbrand! 'n Kleine, weliswaar, en we hebben er verder geen last van. De Lightning Lake Campground ligt 5 km van de hoofdweg af, midden in de bossen. Je zoekt maar `n plaatsje uit (plek genoeg) en `s avonds komt er iemand langs om `t geld op te halen. De camping ligt verscholen aan `n meer. Nadat we onze plek hebben ingenomen, wandelen we `n stukje langs `t meer. Heerlijk stil is `t hier, we zien zowaar wat herten, die staan te knabbelen aan wat struiken. Op `t meer drijven traag een paar kayaks voorbij.

Dinsdag: Na het ontbijt maken we ons klaar voor `n wandeling rond het meer. Lunch en koffie gaan in de rugzak en off we go. Er loopt `n pad vlak langs `t water; naarmate de zon hoger komt loopt de temperatuur aardig op. Gerda heeft de verhalen over `wat moet je doen als je een beer tegenkomt` altijd afgedaan als flauwekul, maar er is hier toch in de afgelopen weken regelmatig voor gewaarschuwd. En nu, tijdens onze wandeling in een afgelegen gebied, waar het oorverdovend stil is, zien we sporen op het pad, die we niet vertrouwen. We besluiten de route in te korten.
Op `n picknick-plaats lunchen we en genieten nog `n uurtje van de zon en `t uitzicht. Als Gerda wat broodkruimels in haar hand ophoudt, komen daar de vogels uit eten. Tegen 5 uur zijn we thuis. Na het avondeten lopen we nog even naar de oever van het meer om te genieten van de rust en om eventueel wild te zien. In de schemering zien we weer de vissen opspringen uit `t water, happend naar insecten.

Woensdag (Chilliwack 224 km):
Of eigenlijk 184 km, want we hebben eerst in Abbotsford tevergeefs gezocht naar `n camping. Toen de enige (officiele) camping daar gesloten bleek, hebben we Truus-Truus gevraagd, ons terug te loodsen, de stad uit, naar Chilliwack, waar we nu staan. Vanmorgen zijn we, na het ontbijt, nog even naar het meer gelopen; de ochtendnevel hing nog in de dalen. Nog even genieten en daarna de camper in, terug naar de bewoonde wereld. In Chiliwack bel ik met Jose, om te melden dat we alweer in de buurt zijn. Voor de laatste keer koken we in de camper en leveren we nog even `n gevecht met het deksel van de pan met worteltjes; wij winnen. De laatste restanten van de pudding gaan er ook aan, morgen gaan we uit eten.

Donderdag: Uitstapje naar Cultus Lake, volgens Jose zeer de moeite waard. We lopen daar het `Teapot Hill trail`, een wandeling door 't regenwoud. Op de terugweg tanken we nog even; da`s lachen: die bak van ons rijdt dan wel 1 op 6, maar `n liter benzine kost hier nog geen dollar! Da's maar 66 eurocent! Kom daar bij ons maar 's mee aan.
We poetsen de vloer van de camper noodgedwongen op de parkeerplaats van Safeways: tijdens de rit van vandaag is er 'n pak vruchtensap in de koelkast omgevallen. Alles druipt en plakt. 's Avonds, na de 'fish & chips', maken we de camper schoon, want morgen willen we vroeg weg.

Vrijdag (Vancouver, 140 km):
We zijn dus vroeg op weg en leveren de camper om 10 uur in. Bij Fraserway en `n lekkere kop koffie checken we de laatste e-mail. Ook moet ik dokken voor teveel gereden kilometers. Ik lig er geen seconde wakker van, we hebben van elke kilometer genoten. Als ik tegen 12.00 uur even naar buiten loop, komen Jose en Kitty net aanrijden. We zijn voor `n paar dagen te gast bij Jose en Larry, om bij te komen voor we weer naar huis vliegen.
Mooi huis hebben die twee: lekker rustige straat, binnenshuis ook ruimte genoeg (maar dat heb je ook wel nodig met 'n hond als Chester). Samen wandelen we heel wat af, maar we gaan ook shoppen: Gerda en ik kopen allebei 'n nieuwe jas.
Op zondag komen Sandra, Larry's dochter, met haar man John eten. Dat wordt dus weer shoppen, ditmaal bij Costco's. Je weet niet wat je ziet: 'n winkel, zo groot, en daar komen (vooral op zondag) hele families winkelen. En, volgens Larry, om daar gratis te lunchen. Lieve hemel, wat 'n gewriemel. En je kan er álles kopen: van navigatiesystemen voor je auto tot kant-en-klaarmaaltijden en van kerstversiering tot pyamabroeken. Maar: we hebben 's avonds gezellig gegeten en gebabbeld.
Maandag pakken Gerda en ik vanuit Ladner de bus naar Capilano, de 'suspension bridge'. Prachtig park, met reusachtige bomen, we wandelen het 'treetop-adventure'.
Terug in de stad wandelen we nog 's naar Granville Island, daar is 't zo gezellig op de markt. In één van de winkeltjes koopt Gerda 'n mooie hanger. Helaas missen we in Ladner de laatste bus naar huis en moeten we door 't donker onze weg zoeken naar Chesapeak Landings. José en Larry hebben op maandagavond hun tango-lessen.
Dinsdag gaat José mee naar de stad: we lunchen samen met Larry en bezoeken daarna de tentoonstelling 'BodyWorld' in het Science Center. Misschien heb je daar ooit van gehoord: echte menselijke lichamen, die 'geplastineerd' zijn, 'n conserveringstechniek, waarbij botten en verschillende weefsels behouden blijven. Zo krijg je 'n inkijk in diverse organen, het zenuwstelsel, de bloedvaten, heel fascinerend. Deze tentoonstelling reist de hele wereld rond en was nu dus in Vancouver. Hadden we niet willen missen.
Woensdag is de thuisreis-dag: José (ze heeft 't er maar druk mee) zet ons af op 't vliegveld, waar we de laatste lunch wegwerken. Daarna nemen we afscheid.


Gerda had gelijk: het rondreizen met `n camper is `n ideale manier gebleken om veel van het land te zien, in alle vrijheid. Daar waar `t mooi is, blijf je hangen en heb je 't gezien, dan start je je camper en zit je zó weer op de weg. Je hebt niet de 'ongemakken' van het kamperen (steeds weer je koffer uit- en inpakken) en je zit ook weer niet vastgebakken aan reeds geboekte hotels van 'n auto-rondreis.
Beginnen met 'n paar dagen in de stad, om te acclimatiseren en wat rond te kijken, dan de weg op met je camper en tot slot nog 'n paar dagen uitpuffen (nou ja, uitpuffen?) bij familie: ons is het prima bevallen; ik kan 't iedereen aanraden. Maar ja, moet je wél zo'n familie hebben...